Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 28 JoSEPH DOOR PHARAO VERHOOGD.

opgelegde voorraad van koren, onder het opzicht van Jofeph. En waarfchynlyk is 'er, volgens het geen we te vooren aanmerkten , ook by vermogende Egyptenaaren nog zoo veel overgebleven, dat men, geduurende het eerfte onvrugtbaare jaar, over het algemeen, bevryd bleef van den honger.

Maar , toen alles, wat men nog had, verteerd was, begon de nood te ryzen : wanneer nu gansch Egyptenland hongerde, riep het volk tot Pharao om brood , (want hy had, als Koning, het opperbevel over alle de korenfchuuren.) Maar deeze Vorst, ten blyk van zyn genoegen over de inzameling, laat nu ook de uitdeeling geheel aan Jofeph over, en zegt daarom tot alle Egyptenaaren , gaat tot Jofeph , doet, wat hy u zegt: Als dan honger over het ganfche land was , zoo opende Jofeph alles, waar in iets was; aan alle plaatzen, in alle fteden, deed hy de voorraadfchuuren openen, en verkogt, door zyne bedienden, koren aan de Egyptenaaren , die zich genoodzaakt vonden , tot 's Konings pakhuizen toevlugt te neemen; want, gelyk de text zegt, de honger werd fterk in Egyptenland. Ja maar ook , in de omgelegene landen, daar, onder Gods hoog beftuur, insgelyks gebrek was aan noodig leevens-onderhoud, was de honger zwaar , 't

geen

Sluiten