Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET MISLUKT VERRAAD,

VIER DE TO ONE EL.

Jacob ziet zyne Ouders na, zo lang 'hy kan, en zucht wanneer hy hen uit het oog verliest.

Va Ier, ja gy peild het diepfte myner ziel! Ik jarig een edel Wild waar voor ik nederkniel: Jofepha's hart alleen moet voor myn' jaaglnst buigen; Ik ga haar wederom myn boefemfmart betuigen. — Zal dan, ö fchoonftc! nooit myn wensch eens zyn vervuld? Hoe pynigd gy myn min! wat toetst gy myn geduld! Moet dan een Liefdensgloed gegrond op braave zeden, Op onveiwrlkb're trouw, op diergezwoorene ecden, Op fchoonheid die de Zon verdoofd, zoo lange in pyn, In w.eec'e onzckcrhccn, helaas ! gedolven zyn? Wa: vocle ik in myn' ziel zwaarmoedigheden waaren!

o JN'orjder! uwe droom koomt dubbel my bezwaaren

Hy fiaat een oogenblik fpr aakeloos ,tcrwyl Jofcpha zonder van Jacob bemerkt te worden, zig in den grond des Tooneels vertoond; Jacob, naeeve diepe overweeging, een vast h'efiuit fchynende te neem en, vervolgd. Maar ?k moet, Jofèpha/k moet een eind zien van myn druk: Bellis myn eeuwig heil, of eeuwig ongeluk! Wien wild Gy dat ik min, dan u, aan my door jaaren, Door ftaat en rang gelyk ? ... Ach! wil by dit verklaaren, ê Hemel, 't edelst hart doen neigen tot myn min!

Schiet,

Sluiten