is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling van het provinciaal Utrechtsch genootschap van kunsten en wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iir Engelfche Ziekte. § CLIV.

Het derde, waar voor men te zorgen heeft, is de geleding der Knie. 5

De gedachten, hier omtrent, verfchillen vrij fterk. — Dees kiest te wachten, wat de Natuur zal verrichten; <— die neemt Wrijvingen en Windfels te baat; — een ander brengt die deelen, op de eene of andere wijze, in bedwang.

Eene algemeene regel kan hier ook niet gelden. — De bijzondere omltandigheden moeten de keus bepalen.

Is de Engelfche Ziekte herfteld, de Afwijking van weinig belang, en hes Kind niet zwaar of wild, dan zullen koude Baden en verwarmende en verftcrkende Wrijvingen nuttig zijn. — Is integendeel de Afwijking zoo aanmerkelijk, dat de Kniefchijven, gelijk veeltijds gebeurt, dreigen uit hunne plaats te wijken , dan moet de Natuur geholpen worden. — Dit gefchiedt best door behulp van wel toegerichte Laars-, jes, die door middel van een Keurslijf, het ganfche ligchaam onderfleunen, en, zonder de Knieën te drukken, de verdere Afwijking voorkomen.

Deze toeltel is te moeijelijk tot de juiste volkomenheid te brengen, om den Maker zijne mislukkingen kwalijk te duiden. — Men verbetere zoo lang, tot men flaagt. — Ik zag de noodzakelijkheid