Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36 DE DANKBAARE ZOON,

DE SERGEANT.

Met wie?

RACH EL.

Och ! metmynkuid, En met ons allen, die gy zoud rrihtt oostig maaken. Hoezou het jonge fchaap toch aan 't bedaaren raaken, Zo zy haar' bruidegom verloor? ik beef -er van...

DE SERGEANT, hgchende.

Is zy dan zo verliefd, dat zy 't niet harden kan?

RACHEL.

Met eene Weduwvrouw, die van gebrek zou derven, Zo zy den byftand van haar' Zoon zou moetenderven: Wier traanen hem...

DE SERG SANT.

Loop, loop, met al die jammerklagt. Het medelyden word by krygsliên niets geacht... Waart gy in 's vyands land, daar zoud gy meerder hooren. Daar is het maar: geef geld ot 't kost u neus en ooien, Wat tanden meer of min geflaagen uit den bek Is daar een beuzeling, 't is of hier maar den gek Met u gefchoren word, dat beurt daar alle dagen.

DE KOSTER, ter zyde. Die kaerel fchynt gewoon den droes om taad te vraagen.'

DE SERGEANT.

Vraag 't maar aan uwen Zoon, wanneergy hem ontmoet: Die maakte 't by myn keel, nog nauwlykshalf zogoed.

Kon

Sluiten