is toegevoegd aan je favorieten.

Toneel werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«5

Holdwich. of

Trouwhart, (in de uhterfte ontroering den brief aangenomen engelezenhebhende, laat dien door ontfteltenis en droefheid vallen, terwijl hij zijne oogen ten Hemelj'laat,

Mijn God !

De Hr. Br. Robart.

Waar blijft nu uwe eerlijkheid.

T r o u w h a r t. (zich herf eldhebbende, en op zijn borfl wijzende.)

Hier, hier! -— in fpijt van alle fchurken. Ik

begrijp het geval. Ik moeft om uwentwil mijn

eed, mijn pligt met voeten getreden hebben; ik

zou dan van uw haat bevrijd geweeft zijn. Nu

moet Trouwhart het doel van de gruuwlijkfte boosheid zijn. Men heeft een helfchcn, een vervloekten brief verdigt. Hij moet, het kolt wat het wil,

hij moet een fchelm zijn. Wie heeft u den brief

gegeven ? Zekerlijk niemand.

De IIr. Br. Robart.

Wat zegt ge ? (hij loopt naar de zijde van het

toneel en brengt Holdwich 'er op.) Daar is hij.

Trouw-