Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïo ferheeïdingskragt, de eerfte Bron van

fchenkt ons de laRoche, (2) welke ik my gedrongen zie, om ten bewyze by. te brengen.— In het jaar 1644 en de twee volgende, nam Matt. Hopkins van Mannïngtree, ia het Graaffchap Ejjex, in gezelfchap van Joh. Stern en eene vrouw, het werk op zig, om Hexen in verfcheide Provinciën van Engeland te ontdekken ; en deze Hexenjaagers waren ook, in hunne onderneeming zeer gelukkig, dewylze, van hunnen kant, nergens in gebreke b'eeven, om de onfchuldigfie vrouwen in fchuldige te herfcheppen, ten einde zy de hen toegelegde belooning mogcen verkrygen. Want zy kreegen , voorde ontdekking van elke Toverhex, twintig JLngelfche fchellingen. Deze Hopkins noemde zig Witcb Finder General, of een* algeméenen ontdekker der Hexen. De wyze, hoe hy te werk ging, was met zyne oog. merken inftemmend. Men bond naamlyk

de

(2) In zyne Bibltothcque Angloife, Tom. 4.. jRtirt. 1. pag. 97. haaiende het gebeurde aan, vit B>., H u t c h 1 n s o n s hiftorical EJJ'ay, conct rjilug fffii.c./.crafi, cap. 4^.

Sluiten