Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hedrieglyke Gewaarwordingen. §. i. 17

zi<*, by zyn ongelukkig noodlot, boven zyne ongevallen verheven , en veTgeet ze zelfs; hy draagt in zynen boezem eenen fchat, waarvan geen ong-luk hem kan berooven: van een Hcmelfch vuur doordrongen, verfchaft hy zyne gedagten geftadig werk; die ftaan by de verhevenfle en inneemendfte voorwerpen fti!, en het denken aan zyne wederwaardigheden heeft reeds een einde.

Baco, in eenen duilteren en diepen kerker opgeOooten, beval zyne ziel, om dcor de dikke muuren heen te dringen; zy overdagt de eeuwige wetten der natuur, de onveimydchke vermenging van goed er kwaad,*de noodwendige gevolgen van genoegen en ("aierte. Ei! wat deeden hein daar de kluisters, dewelke riet in Haat waren, om het edelfte gedeelte van htm zelv' te knevelen? Ook wist J se li n (7) heel wél, dat de Verbeelding, met eene betoverende magt, 't gebied der zir.nen •tot paallooze uitzigten uitbreide; dat zy

het

(7) In de Gefchiedenh der Menschhcid, 1 Dé bladz. 22. i.IIougd.')

Sluiten