is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche wijsgeer in Braband.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZES- EN- TWINTIGSTE BRIEF.

FENEEON AAN FREDERIK. WAARDE VRIEND',

Ik heb beloofd u eenige merkwaardighee, den der Stad Brusfel te zullen mededeelen: bij deezen maak ik een begin met de ver-' vulling mijner belofte, als daartoe in ftaat gefteld zijnde. Ik weet dat gij op het korte en zaaklijke gefteld zijt, en ik beloof u alweder genoegen te zullen geeven.

Men kan den oirfpronk' en wasdom der meeste Steden bij die der Rivieren vergelij ken: derzelver waare beginzels zijn derwijze gering, en trekken zo weinig opmerking Tiaar zig, dat zij volflrekt, bij laater onderzoek, het doorzigtigst oog ontwijken. De reden daar voor is zeer eenvoudig; zij worden dan eerst der vergetelheid ontrukt, wanneer zij langzaam groot en bloeiende geworden zijn, De gefehiedkunde heeft meest al dat geene verwaarloosd, st welk haar Eiefhebhers thans met zo veel angstvalligheid naai-fpooren, en zij als geen aan-

dagt-