Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 25 )

DRIE en ZESTIGSTE BRIEF.

maria aan fenelon. mijnheer en vriend!

IHfet groot belang, dat ik in uwe waarde Magdalena ftel, noodzaakt mij, om aan u te fchrijven , ten einde aan dat pijnlijk verlangen voldaan te zien, dat zedert eenige dagen , mijne ziel afgrijslijk gelchokt heeft. De faatfte brief, dien ik van haar ontving,

deed mij fchier bij elke regel fidderen!

zij was fchrikagtig, benaauwd en alömme ,

waar zij zig bevond, onrustig. Zij

was bang voor het Bo§ch ; zij verbeeldde zig naar den dood te gaan, en befchikte alles , als of het haar laatfte dag ware.

Zij fchreef mij verder, dat zij naar 't Bosch

ging. — Maria! — Boezemvriendin ! —■

Vaarwel! zeg Fenelon, dat ik ftervende

Jiem nog noemen, en eeuwig hem betninr

nen zal! dit waren haare laatfte woorden, die mij alles doen vreezen , ■ te

meer, daar ik zedert geen fchrijvens van haar heb.

£ 5 Meld.

Sluiten