Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROMÉO *n JULIA,

TOONEELSPEL.

EERSTE BEDRIJF. EERSTE TOONEEL.

j ü l I a , alken.

'tlfs nacht!... Hoe vlug genaekt het fterfüur mijner liefde!... 'k Wacht hier Roméo, die mijn' teedren boezem griefde: Mijn kwijnend oog zal hem befchouwen, om misfchien — Ach! — om hem wis voor 't laetst — het allerlaetst te zien! Of zou, in 't nijpende uur van *t hardfte en bangfte fcheiden, Het eensvermitrwde lot mij grooter heil bereiden, Dan toen 't mijn hoop nog ftreelde« — o Neen! zijn gunst is fcliijn ; 't Mengt in den zoetften drank het wrangfte zielvenijn!... o Liefde, liefde! dieme in kluistren houdt gefloten, Hoe diep hebt gij uw zaed in mijne borst gefchoten! Hoe fnel is 't opgegroeid — gerijpt -*- en nu... o druk! Belooft geen zonneftrael, dat ik 'er vrucht van plukk'!

A 't Zijn

Sluiten