Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-« ROMÉO en JULIA;

QZij toont haer de hand.)

'k zou zijn verlies beweenen; Niet om de waerde van zijn fchitterende freenen, Maer om den gever van dit edele gefchenk.,. En — zoo 'kmi dien verloor'... o! Laura! — o! Bedenk! —

LAURA.

'k Verfta u niet... Maer - welk een fchrikkelijk vermoeden!...

JULIA.

Gij noemt dat fchrikkelijk?... Wat vrees kan 't in u voeden?

Voor wie zou'tfchriklijk zijn?—voor mij? _ Helaes!— nog ligt

Mij iets verfchriklijks bij: men trad, voor mijn gezigt,

Een' doffer aen de zij' van zijne gaê te mortel:

Zij kirde: — ai mij! — Dit was wel fchriklijk voor de tortel?

Acht gij het ook niet zoo?

LAURA.

'k Herhael het andermael; 'k Verfta, o Julia! niets van die vreemde tael. Zou een noodlottig vuur — Hoe nu? uwfchoonheid griefde Den graef Paride van Lodrona?...

JULIA.

Zwijg! — zijn liefde Is fchrikkelijk voor mij! — Den graef Paride!... Ha! — Meêdoogenlooze! -»

Sluiten