Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140 ROMÉO en JULIA,1

't Gefluister van het volk vergrootte hare ontroering: Zij vliegt van tafel op, en vraegt, met driftvervoering, Naer hare telg — helaes! al 't antwoord, dat zij krijgt, Beflaet in traen bij traen, die elk langs 't aenzigt zijgt. De graef weêrhoudtze — maer zijn moeite is wis verloren!

benvoglio.

Eens moet zij 't weten...

De heer capellet.

Wat verwijten zal ik hooren 1... Ga, Laura, zorg dat hier Paride niet verfchijn'j 'k Zoude, in mijn woede en drift, mij zelf' geen meester zijn — Zeg... wat u goeddunkt... zoo 'k den graef flechts niet befchouwe... 'k Hoor reeds het gillende gejammer mijner vrouwe!..,

(Laura vertrekt.)

ZESDE TOONEEL. De heer capellet, Mevr. capellet,

benvoglio.

Mevr. capellet, vol angst de kamer indringende,

'W'aeris mijn kind, mijn pand, mijn hoop, mijn heil, mijn troost? Waer is mijn Ifcf, mijn lam, mijn fchat, mijn vrucht, mijn kroost?..,

Hoe?..,

Sluiten