Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< is >

Hier pronkt, aen d'opgang der Olijven,

De Sar ons Roos, met frisfchen gloed, Met gloed, die onverwelkt zal blijven,

En God en mensch verrukken moet. — De geur der Lelie van de dalen

Verfpreidt zich langs den groenen grond, De Heilzon fchiet haer held're ftralen,

Schoon *t nacht is, door dees Hof in 't rond.

Hier, hier was jesus vaek, in 't midden i

Van Zijn getrouwen Vriendenkring, Gewoon den Vader aen te bidden,

Verëend in Godsdienscöeffening. — De fnoodfte van de Vloekgenoten,

Gemaskerd in den vriendfchapsfchijn, Mocht ook welëer dien kring vergroten,

Kon zely' hiervan getuige zijn. —

C 2 Dus

Sluiten