Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 DE REIS

kind is, zich niet aan,de oude lui heeft gedeclareerd. Zagt, lieve vrinden ! wy zyn noch zo verre niet. Het is zeker myne zaak uwe nieuwsgierigheid gaande te houden; dus, het wie en waarom zult gy eerst, wanneer ik bet noodig acht, vernemen. Dit kan ik u wel in voorraad zeggen: Hy is de zoon van een' zeer fatzoenelyk' man, en zyn naam is Hendrik Slot.

Vader! ik word zo misfelyk! riep eindelyk mejuffrouw Jacoba van der Wouden, reeds ften hoogfte ongeduldig over de voortdurende ftilte, en het mislukken van hare oogmerken. — Dat komt van dat eeuwig tabaksdampen, vervolgde mevrouw, hare mama, te gedyk opfchikkende, om hare dochter een' vryen doortocht naar den ftuurfloel te verfchaffen. En warelyk het fcheen als of de heer Van der Wouden, door de dikke rookwolken, aanhoudend uit zyne pyp geblazen, onder het lezen van het oorlogsnieuws, eenigermate den kruidrook tusfehen twee vechtende legers, tot beter verftand van het voor zich liggende relaas, trachtte af te beelden, leder haal uit zyne pyp beteekende dus een fchot van het keizerlyk of vyandelyk kanon, en zyn famengetrokken mond, onder het uitblazen

Sluiten