Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 153 )

toededen van voedfel als gemakken, behandelde. Men refolveerde daarop, een uit de Leden der Vergadering naar den Toren te cominitteeren, ten einde den ftaat der zaaken aldaar opteneemen, en de Vergadering van denzelven bericht te doen. Tot deze Commisfie werdt de Burger j. teysset jun. genomineerd. Terwijl deze zijne Commisfie ter uitvoer bragt, verfcheen de Burger p. wagenaar. in de Vergadering, uit naam van den Burger veeris , die als Provoost van den Toren voor de Vergadering gerequireerd was, berichtende, dat gemelde Provoost,uit hoofde van ziekte, onmogelijk in ftaat ware om voor de Vergadering te verfchijnen, als ook niet meer woonachtig in den Toren zijnde, van den ftaat der zaaken aldaar, en van de behandeling der gevangenen niets wiste, en dus daarvan o-een bericht konde geeven. Inmiddels kwam de Burger teysset, naa het verrichten zijner Commisfie, in de Vergadering terug, rapporteerende, dat hij de klagten omtrent de behandeling der gevangenen aldaar, na waarheid bevonden hadde; waarop gerefolveerd werdt, den Burger minor uit den door hem bekleed wordenden post te casfeeren, en ad interim een Zwitfersch Soldaat, zijnde een Oppasfer der gevangenen aldaar, en van wien zij goede getuigenis gegeeven hadden, in deszelfs post te ftellen. Waarnaa geconcludeerd werdt, gemelden minor , tevens met den Zwitfer, voor de Vergadering te requireeren, om hun deze refolutie bekend te maaken, en den eerstgenoemden zijne ree" kening, van de tot heden toe door hem voor de gevangenenuitgefchoten onkosten,aftevraagen. Op deze requifitie verfcheen deszelfs Vrouw met den bovengemelden Zwitfer voor de Vergadering, berichtende , dat het door veel beletfelen haar Man onmogelijk was te compareeren; waarop de PrefiDd 3 dent

Sluiten