Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 24ï )

delyk dienen te ontflaan, en daarvan, zo aan hen,-als

aan de commisfarisfen van de bank van leening, en die van de ioofte penning, en aan den boekhouder Elzevier, dienen kennis te geven.

De catechifeermeesteren en meesteresfen zyn door ons geïnterdiceerd, volgens de aanfchryving van het provinciaal beduur, in dato 23 Juny 1796' °m voortaan in hunne of hare betrekkingen te ageren.

En hiervan zult gylieden , zo van dezen, als van den burger Witmond , die den post van cateehifeermeester in het kweekfchool van de zeevaart noch waarneemt, tot intrekking van derzelver acten, aan den kerkenraad dienen kennis te geven, doch, dan zult gylieden daar tevens dienen by te voegen, dat de wel eerw. kerkenraad, zodanige acten verlenende, vervolgens acht geiieve te geven, dat, of de perfonen, aan wien dezelven verleend worden, in eene der grondvergaderingen zyn geweest, of bereid zyn de belofte te willen doen, met verzoek van kennisgeving, aan deze Vergadering, van die geen welke acten verkrygen, alsmede van hunne woonplaatfen.

Ook is het ons noodzakelyk voorgekomen, om de ceheele lyst der opgeroepen catechifeermeesteren aan den wel eerw. kerkenraad te zenden, met verzoek, om ons noch alle zodanige perfonen op te'geven, als acten hebben, en aan deze lyst mogten ontbreken.

Ook noch, zult gy aan de commisfarisfen van het kweekfchool, ten aanzien van Witmond, dienen kennis te geven.

Noch berichten wy u, dat de burger Vermandei, wegens hooge jaren, als catechifeermeester afftand doende, heeft aangenomen zyne acte by den wel eerw. kerkenraad terug te brengen.

Wy onderwerpen alles aan uw beter oordeel, en zyn, met heil en broederfchap !

De commisfie voornoemd.

Ter ordonnantie van dezelve:

p. a. van der. leeden, fecr.

Amflerdam, den 12 October, 1796.

VI. stuk. Hh Na'

Sluiten