is toegevoegd aan uw favorieten.

Handelingen van de Municipaliteit der stad Amsterdam.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 45* )

het dus ten hoogden bezwarend voor dezelven zoude zijn, van die gering Emolument, eenige recognitie te moeten betalen.

Het kan nimmer de intentie dezer Vergadering zijn, om Arnbtenaaren, welken, uit hoofde der ongelukkige omftandigheeden, van huunen post, weinig of met bevoordeeld zijn, nog daarenboven tebezwaaren met het uitkeeren van eene forame, daar het geheel niet toereikende is, om op de foberfte wijze te kunnen beftaan.

Om welke redenen, uwe Commisfie dan ook geene zwaarigheid maakt, aan uwe Vergadering te advifeeren, om de Requestranten te ontdaan ^van de Jaarlijkfche recognitie, aan hunnen post geaccrocheerd, tot dat de inkomften van dezelve posten, wederom zullen toclaaten, de daaiöp gelegde recognitie te voldoen; echter met deze bepaaling, dat de Keurmeesters zich, om van deze recognitie oniilagen te blijven, alle Jaaren, bij Requeste, aan deze Vergadering, tot dat ein ie, moeten addresfeeren ;opdat dezelve, na behoorlijk onderzoek en vifie, zodanig daarop befluite, als dezelve, in haare wijsheid en billijkheid,zal oordeelen te behooren. ,

Onderwerpende dit alles, aan uwlieder meerder

oordeel.

Heil en Broederfchap!

N. VAN BLIJENBURGflt.

PIETER DIEPVEST.

JAN W. BOER. 1

L. OGELWIGHT.

J. D. DE VRIES.

J. D DEIMAN.

GEORGE DECKER.

Amfterdam, 6 Maart 1799.

Is, overëenkomftig hetzelve Rapport, beflooten, de Requestranten te ontflaan van de jaarlijkfche Stedelijke recognitie aan hunne posten geaccrocheerd, tot da- de inkomften van dezelve posten wederom zullen toelaaten , de daarop gelegde recognitie te voldoen, LH a *et