Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 24 )

,', Neen!" zeide Lifette, „ die zal het niet zijn „ — ik geloof dat het de zoon is van onzen ,, armen buurman de Schoenmaker.

» Juist dezelfde," zegt Frans-, — „ o lieve „ zuster, ga mede, en wees mijn voorfpraak — „ doch gij weet nog niet, wat er van de zaak is. „ Kom, als gij tijd hebt; fpoedig op mijne kamer. „ Wilt gij, lieve Life?'*

Zij beloofde het, zag haren broeder na, maar mogt hem niet beluisteren, Zij ging dus naar hare Ouders, verhaalde hun, welke blijdfchap de oude vrouw gehad had, bij hare komst, hoe dank. baar dezelve was, welke lieve kinderen zij had, dat zij zelve de kinderen de geneesmiddelen had gegeven, eer zij wederom was vertrokken, en meer andere kleinigheden van dien aard.

Moed. En wat foort van werk zou men dat mensch kunnen geven ? Of hebt gij ook vergeten, daar naar te vragen ?

Lis. O neen, Moederlief! zij heeft mij gezegd

wat z'j doen kan: en — indien gij wilt doch

laat ik U eerst zeggen, wat zij kan. Toen zij jonger en ongehuwd was, verhaalde zij mij, dat zij zeer rijn had kunnen naaijen. Thans waren hare handen tot dat einde te bard. Zij heeft mij een' halsdoek laten zien, die fraai bewerkt was. Ook had zij wel eens kleederen gemaakt voor an.

de.

Sluiten