Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 7 ) IQ.

Dat de luchtige IJsfelftad Deelen maoge in deezen fchat

Zijn onz' wenfchen : GOUDA blijv' vart ramp bevrijd; Dat men hier zijn dagen flijtt', Als vernoegde menfchen.

20.

Viel deez' heilftaet elk ten deel , Wo.ifte haét zou dan geheel

Zijn verbannen; Ja! de lieklewec kreeg kragt, Zou alom met volle magt

Eens de Vierfchaer fpannen,

21.

OnbeWeeke rfloed en trouw Zouden dan het Stadsgebouw

Sterkend fchragen , Ware oprechte Godsdienstmin , rl?Vt. Nam dan <aller harren in,

Schonk ont blijde dagen.

22.

Dus kon ons geluk in. kragt Bij het la^rfte nageflagt

Schiu'rend blinken; Nooit, Woit taende dat geluk, Nimmermeer deed ons de druk In den ramppoel zinken.

23.

Zoo moog Gouda's Arhtbre Raed Ter beteugeling van 't kwaed

Lang regeeren; 's Hemels zegen blijv' hun bij, Die tor heil der Burgerij,

Allen rampfpoed wecrex, £ex*

Sluiten