Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 33

DERDE T O O N E E L.

(Een kamer in 't Jlot.)

een bediende zet het ontbijt klaar; op tafel ftaat een licht, en daarbij ligt een zwavelflok. db baron treedt binnen, in zijn' japon.

baron.

Olaapt de vreemdeling nog ?

bediende. Neen, hij is reeds gekjpt.

baron1.

Dat had ik konnen denken. ~i De ganfche voor. zaal riekt naar poudre & la mmhal. R0eP mijne dogter. (Bediende vertrekt.) Ik denk ((terwijl hij een pijp ftopt en aanfteekt.) fteeds , de oude geheimraad heeft mn daar een' lafbek op den hals gezonden. Alles tvat hij zegt en doet, is zoo oppervlakkig en laf als zun gezigt. - Neen , ik zal mij „iet overijlen . daartoe is mijne dogter mij te lief. Wij moeten den Jongen heer eerst wat beter leeren kennen. Uit oude vriendfchap maakt men geene dogter ongelukk'g. Het arme meisje zeide ligt in haare onnozelheid: ;a ƒ en zate dan te jammeren en te kermen over haaien vader, die de zaak beter hadt moeten weeten. Jammer, eeuwig jammer dat het meisje geen jongen is geworden, dat de naam van Wilden^ heim

Sluiten