Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• HELLEVEEG. 20

.Ruik vry mynaaffem,wyf.Kedaer,myn mondwyd open.

Fobert aajjemt Swaan in'taan? gezicht en zy fl-not hem wen-. Voort, voort, jou (tinkend beeft, kom jy noch niet jou fnoet

Zo dichte by me?foet!wat men al verdraaien moet, Van zulk een druiloor? voort, wég, féheerje, pak jou fpillen,

En krye een ander fles.Hoe,'kzie'twel,'k moetje drillen, Of anders flaagd het niet.

FORFHT.

Maar,'k weet niet waar ze ftaan.

S w A A N t f E.

Bruy in 'tthrefoor, jou beeft, en haal ze daarvan daan. Fobert, zyn hoed afneemende, en haar van ter zyde hens aanziende. 't Is wel,myn Swaantje; maar, hoe veel zal ik hem fchenken?

S W A ANTfE.

Jou dubbeld' uilskop,moet jy dan myn harflens krenken? Hy zal 't wel eifchen, vent, geef jy hem flechts vol op, Wat ben ik ook gesjert met zulk een haafen kop.

Fobert al Jlrykbeenende binnen.

ZEVENDE TOONEEL.

Swaantje, Hartje Sptt,penning, er, Saartje v a n L i c h t e n , uit den huife treedende,

\VT Swaantje. W el, jonge luitjes, heb j'al lekkertjes ontbeten? Saartje.

6 Ja.

S 'v a a n t j e.

En waar naer toe 9

Hart-

Sluiten