Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSFEL. ^37

• ven om zyn' vyand in zyn magt te hebben ; maar het vermaak van hem aan zyne zekerheid op te offeren, zou welhaast zyne beloften doen verdwynen.

STAPLEY.

Men kan ten minste Suffolk van de fchaaking van zyne dochter verwittigen.

SURREY.

Maar Suffolk is in flaat, om, in de eerste vervoeringen zyner gramfchap, Montrofe over te leveren ... Ga uwe verfoeilyke raadgeevingen elders befteeden; ik wil liever deugdfaam fterven en onder de kwellingen die ik iyde bezwyken, dan gelukkig en fchuldig leeven.

STAPLEY.

Hoe, Surrey, de vriendfehap verbystert u... wat is Montrofe toch? een gevonnisd misdaadige, een banneling...

SURREY.

Montrofe is myn vriend, en dit is alles voor my. STAPLEY.

Maar moet dan deeze vriend u een' dolk in 't hart ftooten ?

SURREY.

Ach! weet hyzelf wel wat hy my gedaan heeft? STAPLEY.

De tyd vlied heen, flechts weinig oogenblikken zyn 'er tot beraad; ik zal u uws ondanks dienen.

SURREY.

Hou ftand! gy weet myn geheim, gy zyt dit alleen verfchuldigd aan de eerste vervoering van myne wanC 3 hoop.

Sluiten