Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C*9)

ftooit zullen vergeeven, dat ik hunne loosheden en kunstgreepen niet ontzie, daaromtrend zou ik nuttelooze poogingen aanwenden, om hen te doen begrijpen, dat een weldenkend man altijd openhartig is.

Voor 't overige meen ik al het geen gezegd te hebben, dat vereischt werd, om deeze zaak in een helder daglicht te plaatfen. Bijaldien de Heer van \Zuideras al wat ik geopperd heb, toeftemt, dan zal hij mij verfchoonen, dat ik het bekend gemaakt heb; zo niet, dan is hij over-, tuigd, dat hij het niet kan wederleggen, ik voorönderftelie, dat hij zich boven mijn geringen perfoon te verre verheeven zal achten, om van zulk een krachteloos gefchrift kennis te neemen; en dit is misfchien de beste partij, die hij kiezen kan.

De Heer van Zuideras heeft zich omtrend mij altijd bedroogen; hij begon met mij voor een' dwaas te houden, en eindigde met zich te verbeelden, dat ik van het hondje gebeeten ware, fchoon ik noch het een noch het ander was. Als hij mij flegts een weinig natuurlijk oordeel toegekend had, dan zou hij beter van mij gedacht hebben. Zo min als ik zelve gaarne bij de neus rondgeleid worde, zo min doe ik zulks gaarne aan anderen. Buitendien heb ik volftrektelijly geen regeerings-talent; ik bezitte geen der noodzaakl'ijkfle vereischtens daartoe, en ik betuige op mijn eer, dat ik nimmer eene bediening zou aangenoomen hebben, die mij genoodzaakt hadde , om mij met eenige regeering, hoe genaamd . te

Sluiten