Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( w )

Het Oosten wacht dien dag, die reeds den Jood herftelde, Toen Babels hoogmoed viel, en Asfnrs grootheid zonk; .Toen Cyrus giorie uit het dof te voorfchijn fnelde, En, als de Zonne, blonk.

De Perfer wacht dien dag, en denkt nog aan de weken,

Tot op Mesfias komst, door Daniël voorzeid: JVlen houdt, zo dra zij blinkt, zijn fterre voor het teekca Van Judaas heerlijkheid.

De Perfer eert dien Vorst, en zendt Hem offeranden:

De Wijzen zien zijn fier, en gaan verheugd op reis; Zij luistren naar 't gejuich der Palestijnfche landen, En zoeken zijn paleis.

Zo zien we een ander volk de hoop der Vadren eeren;

Zo hoort een vreemd gedacht naar de oude Orakel ftem; Zo weet de heiden zelfs Gods gunden te waardeeren: Gij niet, Jerufalem!

'cGj

Sluiten