Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 130 )

welke middelen de Kunftenaars in ftaat geraakten, om aan dezelve dat luiste*ryke aanzien weder te geeven , waarmede zy in de Oudheid zo aanzienlyk had uitgeblonken.

Na den val van het Romeinfche Ryk (*) , was de Kunst ook als ten eenemaale uitgerooid, en zoude nimmer verreezen zyn, zo de Christelyke Godsdienst , door het verlaaten van haare eerfte eenvoudigheid , en zuiverheid , geen gelegenheid gegeeven had om dezelve weder te doen herleeven. Want de Volken, die Europa ovcrftroomden, (f) hadden niets in hun karacter, ftaatsgefteltheid, of Godsdienst, dat hen eenigzins tot het beoefenen der Kunften kon aanzetten. Doch de Christelyke Godsdienst vereischte, in laater tyden, afbeeldingen; maar van een gantsch ander foort dan de afbeeldingen der Heiden-

fche

(*) In de Vierde Eeuw.

(t) De Gothen, omtrent den Jaare a.70.

Sluiten