Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

és JANUARY I799t

4*$

Daar nu ook by het befluit der Eerfie Kamer $ met recht de Zwitferfche Officieren zyn uitgezonderd , als wier Penfioenen, uit hoofde der aan hun, by vobrtcluüimrê toegeftaane Uitlandigheid , volgens fchikkingen verminderd zyn, vinden Uwe gelastigden geene de mnifte zwaarigheid, om, zullende UL. diénen van advis, de bekrachs tiging van het onder handen zynde befluit aan te raaden.

Onderwerpende niet te min een en ander aan ÜL. verlicht oordeel.

Over dit Rapport gedelibereerd* zynde, fcëëft cleéze Vergadering zich met hetzelve niet geconformefeid^ maar ih tegerideel goedgevonden , het befluit dér eerfte kamer niet te bekrachtigen, en daartoe, ingëvolge het 32 Articul, litera d, van het Reglemenc B der Afte van Staatsregeling, dé dér de leezing vari het bejluit, op den 11 January gefchied zyndé, genomen het navolgend Deereer van weigering.

De tweede kamer overweegende, dat het mét dó billykheid niet overeen te brengen is, dat Officieren, die gepenfioneerd zynde, met permisfie buiteri "s Lands gedomicilieerd zyn, belastingen zouden betaalen van hunne bezittingen itt een vreemd Land, voor welke zy van deeze Republiek geenèbefckerming genieten.

Overweegende, dat zelfs de flrikte uitvoering yan' zgdanig een Decreet ondoenlyk is, alzo de middelen van conftrainte daar toe ontbreken, en die onmooglykheid niet anders zoude toelaten, dan een* gedeeltelyke invordering, gepaard met de greotfte ongelykheid; bekrachtigt dit befluit niet.

En zal dit onbekrachtigd bejluit, met de daar roe behoorende ftukken, onverwyld aan de eerfie kamer worden terug gezonden.

Ge j8

Sluiten