Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2$ MEY 1799. 'S*9 Art. 9.

Dat, byaldien de beklaagde in gebreke mogte blyven j op den geprsefigeerden dag te compareeren, of we!, om vervolgens zyne defenfie, in voege hier vooren gemeld, te allegeeren, in dat een en ander geval, door den Rechter zal worden recht gedaan op de ftukken door provifioneele Commis.farisfen overgelegd, ten tfare hem mogte blyken, dat de beklaagde zonder zyn fchuld en toedoen was huiten ftaat geweest, om 'zich te fifteeren, of iemant van zynent wegen met behoorlyke volmagt te zenden, in welk geval alleen daar roe eene nadere, korte, en peremptoire termyn zal mogen verleend worden.

Art. ic.

Dat, indiende provifioneele Comrcisfarisfen op r'en door hun geprsfijeerden Rechtdag in gebreke mogten blyven, ts dienen van eene fchriftelyke Memorie, of Conc'ufie, met de ftukken daar toe behoorende, de Rechter den Beklaagden zal abfol-. veeren van de inftantie , met condemnatie der provifioneele Commisfarijfen in de kosten der inftantie, en zo verre 'er eenigs gyzeling, of arrest mogte gedaan zyn, mede tot vergoeding van alle kosten, fchaede, en interesfen daar door by den beklaagden en gearresteerden gehad en geleeden, alles uit hunne particuliere beurzen te betaalen.

Art. ir.

Dat, ingevalle op dc requifitie van den Rechter eene der partyen in gebreke mogte blyven te com-

pa-

Sluiten