Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

496 »5 MAART 1800.

'j Lands te declineert»; 30. Dat wanneer de Zuiderzeefche Haring ah goedgekeurde Bataaffche Haring buiten 's Lands wordt verzonden, en daar geen Wetten tegen te maken zyn, het geheele Crediet van de Bataaffche Haring zal verhoren gaan, door de mindere qualiteit, en dus die ganfche Tak van de gróote Commercie zich zoude konnen vei plaatzen.

Doch hieromtrent moet uwe Commisfie remarqueeren , voor eerst , dat zy geenzints van gedagten is , dat op eenigerhande wyze zoude mogen gedoogd worden , dat de Zuiderzeefche Haring, als goedgekeurde Bataaffche Haring , buiten 's Lands zoude gedebiteerd worden, of dat men daar tegen, en des noods tegen alle uitvoer buiten de Republiek, niet naar behoren zoude moeten voorzien, (fchoon deswegens mindere beduchtheid fchynt aanwezig te zyn, dewyl dezelve nimmer als oprechte Hollandfche Haring door de daar toe gefieldeKeurmeesteren kan, of raag worclen gekeurd) maar het komt als nu alkenlyk daar op aan, of het uit dien hoofde volftrekt noodzakelyk zoude zyn, een algemeen , of onbepaald verbod te doen, ten dien effecle, dat de zogenaamdeZuiderzeefche Haring , zelfs met zo lange de Haringvaart met' onze Buizen geftremd is , op eenigerlei wyze tot Pekelharing in potten, tonnen of ander fust gelegd, en als zodanige ook niet binnen de Republiek gedebiteerd worden : dan daar toe vindt uwe Commisfie, om de reeds bygebragte redenen, waar aan zy zich alhier gedraagt, geene gepaste termen.

Ten tweeden, dat, wanneer door de herftelling van eene gewenschten vrede , wederom geltgendheid zal zyn-, om Noordzeefche Haring te bekomen, het geenzints waarfchynelyk is, dat men dan nog pogingen zal doen, om de Zuiderzeefche Haring tot Pekelharing in te leggen, zynde door de Burgers Gerrit Croll en Conforten, by derzelver Adres aan de Eerfte Kamer, ten dien opzichte te kennen gegeven dat, wanneer de Haringvangst in de Noordzee wederom geöpend wordt, het zelfs onmogelyk zal zyn, dat die Zuiderzeefche Haring tot Pekelharing wordt ingelegd , al koude men die om niet vcrkrygen, ten ware de Ondemecmers zich zeiven volftrekt zouden willen ruïneeren ; vermids men als dan tegen de Noordzeefche Haring

nimmer

Sluiten