Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£6 AUGUSTUS

„ Committé te. Lande, of die ter Generaliteits Rekenkamer.

„ Overweegende, dat het belasten van de Leden „ deezer laatstgemelde gedisfoiveerdeComrnitrés, met „ het voorfchreeven Ambtgeld, zoude zyn eene ver-

meerdering, en dus Alteratie der Quohieren, en „ dus aanleiding geven tot de fchroomlykfte gevolgen „ voor de Republiek , en involveeren de grootfte „ hardigheid aan die Leden, welken hunne Posten, „ zonder dit bezwaar,hebben waargenomen.

Beftuit'.

„ Dat het Ambtgeld van alle Ambten of Posten « „ dm zedert den jaare 1795 op de Quohieren van hec „ voormalig Gewest Zeeland gevonden worden, zo ,, verre dezelve Ambten nogexteeren, by continua„ tie zullen blyven gehev-n.

„ En dat de Commisfarisfen der Administratie van „ Finantie van hec voormalig Gewest Zeeland zullen „ hebben zorg te dragen, dac dh Ambtgeld prempte„ lyk worde ingevorderd, en de onwiiligen naar het „ voorfchrift der Wet tot voldoening worden genood„ zaakt, naar rato van den tyd, dat zy die Ambten heb„ ben bekleed.

„ En dat de geene, wier Posten zedert den jaare 179? ,, met in dit Ambtgeld zyn aangeflagen, en op het „ Quohier niet gevonden worden, daartoe niet zullen „ verpligt of gehouden zyn.

„ En dat alzo de Boekhouder en Casfier van het „ Committé tot de zaaken van den West-Indifchen „ Handel en Bezittingen der Bataaffche Republiek in „ America en op de Kust van Guinea, niet bevoegd P z^n te weigeren het voorfz. Ambtgeld, waarop zy

»» op

Sluiten