Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 Verhandeling over het

maar altoos een laage ziel. Karel, Koning der Franken, had het zekerlijk met den Paus Leo den III. overlegd, om van zijne Heiligheid, als Keizer gekroond te worden; doch hij wilde den naam niet hebben, dat hij naar de Keizerlijke Kroon gedaan had, maar zogt het Volk diets te maaken, dat die van God hem bcfchikt was. Hij ging dan kwanswijs onweetcnde, wat 'er gebeuren zoude, op den Kersdag, te Rome in de St. Pieters Kerk, en bad op de knieën voor 't altaar. Toen kwam fluks de Paus aannaderen, en zette dien vroomcn Koning behendig de Keizerlijke Kroon op het hoofd. Op welk al 't Volk uitriep: Feeven en zegen aan den doorluchtigen en van God gckroonden Karel den Grooten , en vreedzciamcn Keizer der Romeinen. Na dcezen tijd fchreef hij zich ook zeer nederig: Karel de Groote, en vreedzaame Keizer der Romeinen, van God gekroond, en bij de Gratie Gods Koning der Franken en Longobarden.

Trouwens, mijne Vrienden! 'er behoort een iterk geloof toe, om den Goddeüjken Oorsprong van dit tweeërleie Stcdchoudcrfchap des Allerheiligitcn op deeze aarde ftaande te houden. Ten minften Lutiier was in deezen van die iterkgcioovigen niet. Hij zocht den

hoo*

Sluiten