Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 Mengelwerk, behelzende Nieuwe Ontdekkingen

Welk eene verhevene tbeftemming, o naamloos wezenI waar voor ik mijn tederfte , mijn vuurigfte liefde, door den veelbévattenden naam va» Vader vruchteloos poog uittedrukken, God' Schepper! zoo leerde ik u noemen, maar mijn gevoel vertraagt van verlangen , om zich zelf, in een eindloos meer beteekenend woord, aftebeelden. O mijn God! ware ik in de onaanwezendheid blijven voortlluimeren, welk een eeuwigheid vol gadeloos hei was dan voor mij verlooren geweest? o! maar dan ook welk een grootfche gedachte! dan was uw ontwerp onvoltooid gebleven, dan was mijn plaats in den rei der wezens nog ledig ja dan was ook mijn gelukzaligheid , geen paerel aan de eerkroon , cue het middenpunt van uw volmaakte werken omfchaduwt;

maar Gorihjke verrukking! uw fcheppende item, die door

de onaanwezendheid verftaan wordt, riep ook mij, toen mijn wording , volgens uw plan, bepaald was.

De natuur, aan welke eenmaal door u de ecuwig onfehendbaare wet is voorgefchreven, ving aan mij te vormen , in hetzelfde tijdftip, hetwelk, uit al de tijdftippen der eeuwen, hiertoe beItemd was. Nu, o mijn Schepper ! nu ben ik, nu behoor ik tot uw gefchapen heelal, nu wandel ik van kring tot kring, van volmaaktheid tot volmaaktheid, rusteloos voort, en de geheele eeuwigheid, die ik niet in ftaat ben te denken, zal ik noodig hebben , om uw verheven doel te bereiken. Verrukkende blijdschap vertoont mij deeze aarde, deeze plaats dcrontwik'linr, als den ingang des hemels. Schoonc, heerlijke menfehen wereld"' gij predikt mij niets, dan Godlijke liefde en grootheid, waarom, rampzalige ontevredene! waarom noemt gij dit fchaduwrijk gewest der fterflijkheid, een jammervol traanendal ? kan de ee.iW4?e volmaakte God, zulk een treurgewest vormen ? of kan hij zijn heerlijk werk tot een pijnigende hel vernederen?

Ontlluit uw oog ongelnkkigen! in elke trek der fcheppins fchntert Gods majeftcit en liefde; duizend, duizend genietingen ftreoraen, als liefelijke beekies, langs uw levenspad; maar vooroordeel, zwakheid, of boosheid, verbitteren voor u elke teug die u moest verkwikken, en doen u een verdft in dezelfde* blpefems vinden, waaruit vergenoegde, altijd werkzame deugd den remftcn, den zaligften honig inzamelt. Wat kan u bedroeven? ellendelingen, die u zelf martelt, wat kan u bedroeven? daar de geheele natuur juicht, daar de duizend duizend onderfcbeidene voorwerpen, de volmaaktheid van hunnen Schepper verheffen? zelfs het onmerkbaar ltolje, hetwelk gij door uw adem doet wemelen, roept u toe; God is liefdr, niets is nutteloos, mets is aanwezig, hetwelk geen gelukzaligheid bevordert Is deeze aarde een treurig jammerdal? een plaats, waar het menschdom gefolterd moet worden ? neen ! deeze aarde , tot een gelukkige wooning voor genietende ichcjizelen gevormd', was in het oog van haareu Schepper goed, en volkomen, geluk al' de overige declen der fchepping. In het oog der hemelburgers, der glansrijke Serafimen, was de jeugdige wereld bekoorlijk; zn daalden immers neder uit hoogere gewesten, zij za"en deeze wereldbol in het keurigst evenwicht plaatfen, zij zongen haar geboortelied, cn den lof ries almaehtigens als glimferende morgenitarren, blonken zij door den dampkring, door dien luchrigen

.luier,

Sluiten