Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 8 3

ikinge, gebeurd is. Ondankbaar als Juda aan de Godlijke vveldaaden , hadden onze Voorouders den, Heer'tot gramfchap verwekt, en nog fchuldiger dan dit wederfpannig volk, liet God hen, als de maat der misdaaden vervuld was, vlugtende, zwervende omdoolen, beroofd van hunne Altaaren, Uit het bezit gefield van hunne prachtige Tempelen , waar in zij eeuwen lang hunnen eerdienst, jnet ai den luister eener openbaare godsdienstoeffening, verrigt hadden ; maar nu verblijdt mijn hart zig met u allen, die , als het oveefchot uit het Babel der vernedering wedergekeerd, tot mij zeggen : Het huis des Heeren zullen wij ingaan , onze roeten zullen flaan in uwe voorzaalen , 6 Jerufaleml ■want derwaarts trekken de /lammen op , de /lammen des Heeren (a). Dit is de dag , dien de Heer gemaakt heeft; laat ons op denzelven ons verheugen en verblijd zijn. (£) Of zijn 'er nog onder ons , die in de algemeene blijdfchap geen deel neemen? die op het befchouwen van dit'huis, met de oudften nit de Jooden, die den eerften Tempel gezien hadden, weeneu, om dat deeze in hunne oogen als niets is bij den luister en de heerlijkheid dier Tempelen, in welken onze Vaders aangebeden hebben : ó dat dezulken hunne te verre gaande ijverzugt bedwingen! dat zij niet langer, als de vleesch. lljke jooden, aan eenen zigtbaaren luister, aan de Ychors van eene verganklijke grootheid blijven hangen , maar, met verhevener uitzigten bezield, op,

eené

(a~) Pfal>n 121 vs. 7, 2, 4,

jpjj Fj'a'm li" vs. 24.

Sluiten