Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'SU VADERLANDSCHE XIL Boek>

Jakoba.

1433t "i

Borfelen vordcgevat.

een' gemeen' Zeeuwsen Edelman, wiens Ampt hem wel merkeiyke voordeelen gaf, en die, met het bedyken van aangewasfen' fchorreil in Zeeland Qq), zynen ftaat niet weinig verbeterd hadt, doch die,' fchoon geftyfd doof Jakoba, uitgeput als zy was van geldmiddelen en ontbloot van vrienden , tegen het hoog gereezen aanzien van den Heere der voornaamfte Nederlanden, geen oogenblik beftaan kon. De tyding van het heimelyk geflooten Huwelyk zal hem, derhalve, meer verheugd dan gffpeeten hebben: alzo het hem gelegenheid gaf, om Jakoba, over het fchenden haarer belofte, met geweld, aan te tasten , en van den naam van Graavinne, het eenig teken van aanzien, welk haar nog overfchoot, te berooven. Terftond gaf hy bevel, om Frank van Borfelen, in ftike uit den Haage te ligten, en fchielyk naar 't Slot Rupelmon* de in Vlaanderen te brengen (r). En 't ftuk werdt zo behendig uitgevoerd, dat 'er Jakoba te laat kennis van kreeg, om het te beletten: waar toe zy ook, al hadt zy vroeger geweeten, wat men haar brouwde, vermoedelyk, geen middel gehad zou hebben.

Zo dra hadt Filips Heer Frank niet in zyne magt, of hy liet het gerugt loopen , dat de ongelukkige Ridder geen minder ftraffe dan de dood voor zyn misdryf te wagten hadt (7). Vermoedelyk, verfpreidde hy dit met geen ander oogmerk, dan om Jakoba, wier hertelyke genegenheid tot Heere Frank hy ken»

de»

CO Reigersr. II. Deel, U, 201.

( rj Veldenaar lil. 131.

fs) Veldenaar li. 131. ....

Sluiten