Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII. Boek. HISTORIE. 513

III. Deel. Kk

de, te fterker te beweegen, tot het afftaan van haar regc op de Landen, welken hy zig nu, zelfs by haar leeven, zogt toe te eigenen. Ook verzuimde Jakoba geenen tyd, om, door bemiddeling van Fredrik, Graave van Meurs, met Filips in onderhandeling te treden.

In den Zoen van den jaare 1428 , was beftemd, dat Jakoba, zig, buiten toeftemming van 's Lands Staacen, van haare Moeder en van Hertoge Filips,in 't Huwelyk bcgeevende, haare Onderzaaten, ten behoeve des Ilertogs terftond van alle gehoorzaaamheid ontdaan zou. Uit kragte van dit beding, eischte Filips nu, dat hem de Graaffchappen van Henegouwen, Holland en Zeeland werden afgedaan: in welk geval, hy Frank op vrye voeten ftellen, het geflooten Huwelyk bevestigen, en aan Jakoba eenige heerlyke goederen hier te Lande, tot haar onderhoud, opdraagen zou. Jakoba, geene kans ziende, om, door eenigen anderen weg, haaren geliefden Egtgenoot te verlosfen, moest in deezen harden eisch, gedwongen, bewilligen. Zy bedong „ tegen den ,, volkomen afftand van Henegouwen, Hol„ land, Zeeland en Vriesland en van den „ naam van Graavinne, alleenlyk de Heer,, lykheden van Voorne, Zuidbeveland en „ Thoolen, benevens de Tollen van Hol„ land en Zeeland, geduurende haar lee„ ven. Doch indien Filips voor haar ftierf, „ werdt beftemd, dat zy wederom in 't be„ zit haarer Graaffchappen treeden zou O)"-

Heer

• CO Mieris Charterb. IV. Deel, bl. 102. Monstrelet Fol. II. fol. 86. verf.

Jakoba. 1433.

Jakoba Soec afftand vaa. de Graat» lykheid aan Hertoge Filips.

Sluiten