Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI. Boek. HISTORIE. 507

zer thans geld noodig hadt tot den togt naar Italie, alwaar hy, onder anderen, voorhadt,zig door den Paus te doen kroonen. Doch de Hollanders, oordeelende dat de Keizer verpligt was, zelfs het verfterken van Utrecht te bekostigen, begreeperi nog ligter, dat zy ongehouden waren, hem geld te fchieten, tot het doen van nieuwe overwinningen in Italië. Ten Hove, alwaar de Staaten in Hooimaand wederom befchreeven waren, bewoog men hen egter, om der Landvoogdesfe volkomen genoegen te geeven , en in 't geheel tweehonderdduizend guldens toe te liaan, mids men geene Brouweryer ten platten Lande meer toeliete en den Staaten voortaan geen onderhoud van Knegten of Vestingen buiten Holland meer opleide. De Advokaat van der Goes vertoonde der Landvoogdesfe, federt, in een byzonder gefprek, de kleinheid en armoede van Holland, onder anderen zeggende, dat het minfte Kwartier van Brabant meer inkomften hadt dan gantsch Holland. Hy zogt haar te doen begrypen, dat men 't Land geen' nieuwen last opleggen moest, voor dat het een weinig op zyn verhaal gekomen was. Naderhand, bragt hy zyne redenen ingefchrift en op de Dagvaart; alwaar zy onderzogt werden, eer hy vryheid kreeg, om ze der Landvoogdesfe toe te zenden fj>). Doch men hadt ten Hove '1 geld te noodig, om hier ooren naar te hebben. De Staaten bewilligden, in Hooimaand, in honderdendertigduizend Kroonen Aan Zeeland gefchiedde , ten deezen tyde, eene Bede van dertigduizend ponden van veertig grooten 'sjaars,

voor

O) Ma. Aert van der Goes Regift. il. 107, 108, 109. iii, 112, 113, 116, 120. (?) Repen, der Plak. van JJoil. il. 15. Mcmor, De Jonge ƒ, 38.

KarelïX. 1529-

Staat van Zeelands fch«ldea<

Sluiten