Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERK, op het IV. DEEL. 27

van den Gfaave van Charolois, zig met deezen te Dendermonde bevondt) „ toen de Maarïf fchalk (van Bourgogne) s'Hertogen fpyt, hier „ nopens, aan de Hertoginne bekend maakte; „ waar op zy antwoordde, dat zy, mynen „ voornoemden Heere, haaren Gemaal, voor „ een gedugt' Ridder kende en getwyffeld 33 hadc, of hy, in zyne woede, op zyn' Zoon 33 niet zou zyn aangevallen; waarom zy deezen 33 buiten de Bidkamer hadt gezet (i) en zelve 33 gevolgd was; biddende mynen gezegde 33 Heere, dat hy het haar vergeeven wilde, „ dat zy eene Vreemdelinge in 's Hertogen 33 Landen (Eftrangére par dega) was, en geen

onderfteuning hadt dan van haaren Zoon."

Ondertusfchen gingen, byzonder wegens den Dauphin van Vrankryk, die zig thans ten Hove van Philips bevondt, verfcheide aanzienlyke Luiden over en weder, en Karel verklaarende , zig voor Philips te willen verootmoedigen , wierdt den zoen tusfchen Vader en Zoon getroffen; mits de laatfte twee zyner Hovelingen, welken Philips voor aanftookers van den twist hielde, uit zynen dienst zondt, waar aan voldaan wierdt (k).

Die zoen was egter niet opregt, de oneenigheden, hoe zeer nu en dan gefust, fpatteden, zo als onze Wag., in 't vervolg, zal doen zien, telkens weder uit, en Karel deedt zyne wrok nog aan Philippe de Cnorji' gevoelen, toen hy, der zaaken meester, deezen,

(O Kort te voren zeide ik f dat Philips zynen Zoon het vertrek deedt ruimen, en dat Isabelle volgde. Doch, iï yolsie la Marciis , zo hier. als boven,

(k) La Marche. /. c.p. 461—403 Hfutsrus. / t. bl. 141.

Sluiten