Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXVIII.Boek. HISTORIE. 511

ftaan over 't bedienen deezer plegtigheid. Van wege die van Holland en Zeeland, werdt aan den jonggebooren' een Rentebrief van vierentwintighonderd ponden jaarlyks, tot eene pillegaave, gefchonken (V).

De vreugde over deeze geboorte verkeerde, nogtans, fpoedig in droefheid. De Prins overleefde den plegtigen Doop zyn Zoons nog geene maand. Doch eer wy tot het verhaal van zynen dood overgaan, moeten wy verflag doen van 't gene 'er , tot kort voor denzelven, over de opdragt der Graaflykheid van Holland en Zeeland, met hem gehandeld werdt.

Wy hebben, hier voor, verhaald, hoe zyne Doorlugtigheid , in Hooimaand des jaars H 1581, den eed op de hooge Overheid , op u den voet van den jaare 1576, afgelegd en J ontvangen hebbende , in Bloeimaand des c jaars 1582, verklaard hadt, dat hy van zins 15 was, de magt, hem opgedraagen, te gebrui- v; ken , en 's Lands Domeinen te aanvaar- 7 den. Van dien tyd af, was dit ftuk, in Hol- aa land, nader in overweeging genomen, 't $ Eerst, dat in aanmerking kwam, was de naam va en waardigheid, onder welken, de Prins de ra' hooge Overheid zou bekleeden. En fcheen 'er geen bekwaamer, dan die van Graave en Heere, welken de Vorften, hier, van ouds, plagten te voeren. In Zomermaand, werden de Staaten van Zeeland hierover befchreeven (V), zonder dat zy egter verfchee-

P«?4?&X3 Feir- 3 **• 8 7wï 7 M 158??/!

CO Refol, HoU. 3 Juny ijJa, bl. a8j.

15" 4.

ïxxir.

andeig over : opagt der raafkheidin Holid en )eland 11 den infe n Oïje.

Sluiten