Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 BYVOEGSELS eh

nalaaiig of flaphartig gedroeg (g~)- maar, juist dit byvoegzel, dit wanneer, bragt met zig , dat de Prins 'er dat gevaar niet in zag, in het tegengefteld geval. En , waarlyk, hoe ver Willem was van wanhoop intefcherpen , leert men , duidlyk, uit een ander Vertoog , 's Lands Staaten , omtrend deezen tyd, voorgehouden. Overmits twyf„ felagtigheydt, irrefolutie ende wanhoope, (zegt de Prins) konden onfe faken, nimmer„ meer, eenen goede ofte voorfpoedigen 3, voortgang neemen; door zulke begrippen 3, deedt men Gods almogenheid geweld en 3J overlast aan, als of God niet die geen wa33 re, die de ellendigen en verdrukten , in 33 haaren uiterlien nood, befchermde. Men 3, moeft dan, van onfe zyde, gene kleinmoe33 digheid betoonen, maar God ootmoediglyk „ bidden, ende zig geheel fyner goedertieren„ heid onderwerpen; want, fo veel deezen „ onzen kryg ende oorloge aenging , de 3, redelykheid derfelve was voor ons, de 3, regtvaerdigheid was het fteunfel onzer 3, zaaken, ende onze onfchuld ende onno„ zeiheid was het geene ons, in alles, ver* „ fterkte en bekragtigde (h)."

Ik agte dan liefst, dat, indien ooit iets diergelyks , door zyne Doorlugtigheid , gezegd zy, het, misfchien, in een byzondere 't famenfpraak , met deezen of geenen , zal aangeroerd zyn , als iets, waar toe men, zyns ondanks, eindelyk, zou

moa-

f» Refol. Holl. 15 Oct. 1575-

Ci) Refol. Holl. ij Ma«t 157$. */. i«.

Sluiten