Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXVII. Boek. HISTORIE. 23

meente, ontfloegen, uit last der Staaten, alle Wethouders en Vroedfchappen van hunnen dienst, op den twee entwintigften van Sprokkelmaand , onder fchriftelyke verklaaring, dat zy, door dit ontflag, niet zouden geagt worden, in hunnen goeden naam, gekwetst te zyn , al werden fommigen niet wederom op nieuws verkooren. Voorts, werden , uit de ontflaagen' Vroedfchappen, Zes aangefteld, die 't met de Klasfis gehouden hadden, en elf, die Venator waren toegedaan : waarby tien nieuwen gevoegd werden. De Vroedfchap deedt, daarna, eene benoeming van een dubbel getal: waaruit de Gemagtigden de verkiezing van Burgemeesteren en Schepenen deeden : die ook, naar den zin der goedgunneren van Venator, uitviel. Eenigen uit de ontflaagen'Vroedfchappen waren, te vooren, naar den Haage gereisd, om zig te verdedigen, en om te bewerken, dat zy in 't bewind bleeven; doch fommigen (V) verhaalen, dat zy nergens gehoor vonden, dan op ééne plaats, vermoedelyk by den Prinfe , alwaar hun egter te verftaan gegeven werdt, dat het nog geen tyd was, om hun dienst te doen. De nieuwe Vroedfchap ftelde , vervolgens , eenen nieuwen Kerkenraad aan, ontfloeg twee Predikanten van hunnen dienst, en deedt Venator ftilftaan O); doch na eenig verloop, zynen dienst wederom waarnemen , niet Zonder ongenoegen van eenigen uit de Ge" ; meen-

(v) Tiugland Kerk. Gelch. hl. 507.

(w) R.e[bl. Holl 8 Febr. — ?,Aprih6in. hl. 6, 50,00,75, na, ia<5. Triglanh. Kerk. Gefchied. W. 500-51».

B 4

1619,

Sluiten