Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lilt Boek. HISTORIE. 31

nog, by Arnhem, langs den Ysfel, en hadt, over eene fchipbrug, toegang tot de Betuwe, die, daarenboven, befchérmd werdt, door eenig voeten paardevolk, onder Jan Barton de Montbas, Kommisfaris - Generaal der Ruiterye van den Staat, die de Betuwe, op drie plaatfen, tusfchen Heusfen en het Tolhuis, bezetten moest (ƒ>). De Prins van Condé deedt den ftroom, tegen over deeze posten, bezigtigen, door Saint Abre, die , met het volk van Montbas,fchutgevegt hieldt, én daarna te rug keerde, zonder zyn oogmerk bereikt te hebben. Condé befloot toen,vanagt: perfoonen verzeld,zelf de diepte der Rivieretë onderzoeken. Doch op den elfden van Zomermaand, gekomen tegen over de eerfte post, dié door Montbas bezet geweest was, vondthy dezelve verlaaten, zo wel als de tweede en derde , zonder dat hy 'er de reden van bevroeden kon. Voor 't naast hieldt hy, dat men flegts geweeken was, om, naderhand, met te meer magt, op hem aan te vallen, als hy den overtogt 011derneemen zou. Dit gefchiedde, den volgenden dag, onder 't gefchut van eenen zwaaren tooren, by het Tolhuis. De Graaf van Guiche, wiens aantekeningenwy hier doorgaans volgen, reedt eerst in den ftroom, geleid door eenen Roomschgezinden boer, Jan Pieterszoon genaamd dien, fchryft hy, dikwils, de moed ontzonk, zo dat men hem, geduuriglyk, met brandewyn, het hert fterken moest. Naderhand, raakten de Jonkers Barreveld en Bentink van Kemnade, béfchuldigd den vyand den weg over de ftroomen

te

(fi") Vokz Memoir. du Comie de Montbas p, itf, Ci) Valkenier l. Deel, tl, 454.

l6?i.

Sluiten