Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LVI. Boek. HISTORIE. 497

(*) Aft. de la Paix de Nimeg. Tom. H. p. 681, 683.

XIV, Deel. Ii

het tekenen van een byzonder Verdrag, tusfchen Frankryk en de Staaten, en om te dringen op de uitvoering van, het Verbond van Hooimaand laatstleeden, alzo de Koning van Frankryk Bouvignes en Beaumont vorderde, welken hem, by dit Verbond, niet waren toegeweezen. Wyders, begeerde Hyde, dat de Staaten het Verdrag van Nieuwmegen onbekragtigd lieten, en, te gelyk met Groot-Britanje, in oorlog traden tegen Frankryk. De Staaten, de Prins van Oranje en ieder een ftonden verfteld, over de on genadigheid van het Engelfche Hof; doch men vondt ongeraaden, om eenige verandering te maaken in de genomen' maatregels (0). Ook bleek, door den tyd, dat de voorflag van Hyde alleenlyk gefehied was, om het Parlement, welk lang op den oorlog tegen Frankryk hadt gedrongen , in den waan te brengen, dat de Koning hiertoe, eindelyk, insgelyks, beflooten hadt. De boodfehap van Hyde bragt egter zo veel te wege, dat eenige Leden van den Staat zig misnoegd toonden tegen Beverningk, om dat hy het tekenen der Vrede hadt voortgezet, zonder den Staaten eerst kennis te geeven. Dit misnoegen, Hydes voorflag, en het ontfeheepen der Engelfche troepen in de Spaanfche Nederlanden maakten de Spaanfchen traager om in verfcheiden' punten van 't ontworpen Verdrag met Frankryk te bewilligen. De Franfchen werden, daarentegen, vry wat gemakkelyker, en kreegen, eerlang, last, om alles

De Franfchenverblyven 't gefchil mat

Sluiten