Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1729.

Het Hof van Holland vonnist zes Perfoonen, over ongeoorloofdeverstandhouding.

510 VADRRLANDSCHE LXXII. Boek.

In Lentemaand deezes jaars , fprak het Hof van Holland eene Sententie uit over zes Perfoonen , te weeten drie Klerken ter Griffie der algemeene Staaten , een' Advokaat, en twee anderen, die allen, federt eenen geruimen tyd , hun werk gemaakt hadden van het leveren van Refolutien , Brieven en andere Stukken van Staat aan uitheemfche Gezanten, en aan andere vreemdelingen ; onder welke Stukken , ook eenigen waren , welken men, voorbedagtelyk, hadt willen geheim houden. Zy hadden zig, voor deeze dienften, in geld of gefchenken, laaten beloonen. Sommigen waren ook, nu en dan, door vreemde Staatsdienaars, ter maaltyd onthaald. Wyders, hielden ze zig ook op met nieuws te verzamelen: 't welk dan naar vreemde Hoven overgefchreeven werdt. Een der Klerken hadt, onder anderen, doen fchryven ,, dat vyf Gewesten , zeer tegen den zin van „ Holland en Zeeland, beweerd hadden , dat „ het Regt tot het Markgraaffchap van Veere „ en Vlisfingen in wezen gehouden moest wor„ den , tot op de meerderjaarigheid van den „ Prinfe van Nasfau." Al het welk hoog genomen werdt by 't Hof. Twee Klerken werden , met het zwaard over 't hoofd, geftrafc: de derde , met een' brief op de borst, daar 't woord meineedig op ftondt, ten toon gefteld. De Advokaat werdt van zyn Advokaatfchap voor 't Hof vervallen verklaard. Alle vier werden ze, zo wel als de twee overigen, voor altoos , ten Lande uit gebannen Doch de Staaten van Gelderland en Overysfel namen

dee-

f 4 ) Zit is Sentenr. over zes Pcrfooiien, gedr. 1729.

Sluiten