Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 BYVOEGSELS en

Staat met de Algerynen , ten jaare 1712., bedongen te zyn, „ dat niemand tot de „ Nederlanders zou mogen zeggen, koopt

uwe Slaaven! zo lange zulks hun," (der JNederlanderen,) „ welbehaagen niet was:" en verder, „ dat men geene belofte, nog tyd, „ nog getal der Perfonen, om vry ie koo„ pen, zou mogen voorwenden, en, als de ,, tyd, om Nederlandfche Onderdaanen te koo„ pen, volgens gewoonte, zou gekomen zyn, „ wanneer zulks ook wezen mogte, niet meêr „ van hun zou mogen eisfcheïi, dan men ge„ woon was van andere Natiën te doen."(y}

Doch de Algerynen waren niet gewoon, zig veel aan de Traktaaten te kreunen. Zy hoopten ahyd op eene losfing ; met welke men hier geen haast maakte; en vielen 'er den Conful van Bairle lastig over. Reeds op den 8 van Grasmaand des jaars 1715, lchreef dees san den Staat: dat twee zaaken, onvermydlyk, eene vredebreuk met de Barbaaren na zig fleepen zouden: eerftelyk, zo men 't misnoegen, over 't niet losfen der Slaaven, niet wegnam: ten anderen, zo men niet zorgde , dat 'er , geene masten uit de Nederlanden , naar Algiers gebragt wierden , dan zodanige die door de handen van hem ful gingen : hebbende zekere Christen Mogendheid aan de Regeeringe aldaar veertig masten aangeboden, mids zy met hunne Hoog-mogendheden brake. ( x )

Men

f» D u Mo NT . Corps dipl. Tom. VIII. fol. 294. (jO Refol. van Holl. 25 juny en 18 july 1715. U. 457 sa {40.

Sluiten