Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i<5 NALEEZINGEN op de

daar, in volkoomen rust was, en dat de Ger* maanen, op 't verneemen van Ca?sars overlyden, reeds eenigen, uit hun midden, aan Aurelius; wien, door den Burgemeester Hirtius, het hoog gezag in dat Landfchap was opgedraagen ; hadden afgezonden, met betuiginge, van zig naar zyne bevelen te zullen fchikken (p). Doch dit alles hieldt geen' ftand. De Galliërs tragteden, allengskens, het Roomfche jok te oniduiken, en, daar fommige Over-Rynfche Volkeren, met naame de Sueven, op nieuws, de Ubiers, Bondgenooten der Romeinen, fchynen ontrust te hebben, (q) zondt Auoustvs zynen Schoonzoon, Marcüs Vipsanius Agrippa, ter herftelling van zaaken, naar beneden, omtrend het jaar 715 of 716, na de bouwing van Rome, dat is, in het g8c of 39e voor onze gewoone tydreeken:ng (r). Agrippa, één der beste Generaals zyner eeuwe, ftreedt niet alleenlyk met de Galliërs, maar, op 't voorbeeld van C 'sa sar, den Rhijn overtrekkende, verloste hy de Ubiers, voerde hen, over den Stroom, aan den Gallifchen oever (f), en deedt ze zig nederflaan en vestigen ter zelfder plaatfe, daar, naderhand, zyne Kleindogter, A g r 1 p p 1 n a j eene Romeinfche Volkplaniinge

(tig-:

C/O Cicero. Episrol ad Atticum,£/5. XIV. Epist.i, 4 et 9, nee non ad Familiares, Lib. X, Epist. 4, 8, 9 et 11.

C?) WjG(«, Vaderl. Hist. alhier, tl. 45.

(O L'Art de veiifier les dates. Discours prcümitï.p. xv.

O) Dion. Cassii Hisior. Rom. Lib. 46. p. 387. Conf. EüCHERius in Behjio Roinano. Cup, 9. §. 9, p. 23.

Sluiten