Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I648.

De la Thuillerie neemi zyn affclieid.

492 VADERLANDS CHE XLIV.Boek.

tyding van kreeg, werdt in beraad gelegd, of men ook hier geene orde behoorde te Hellen, tot het afkondigen derVrede, en het naarkomen der punten van 't Verdrag; doch Zeeland kantte zig hier, nog al, tegen. De Knuit, die juist wederom voorzat, ftondt zyne plaats andermaal af aan den Heere van Wimmenum, die, met zes ftemmen, befloot, dat de Vrede, alomme, in de Vereenigde Gewesten, en in het aanhoorig gebied van den Staat zou worden afgekondigd, op den vyfden van Zomermaand aanftaande

De Franfche Gezant de la Thuillerie, die, na 't befluit tot de bekragtiging, op den vierden van Grasmaand genomen, al terftond, van toon veranderd was, en verklaard hadt, dat de Koning, zyn meester, niet gedoogenkon, dat de gefchillen, welken hy met Spanje hadt, geoordeeld werden,door zulken,die hem geen woord gehouden hadden, noch beantwoord aan de goede gedagten, welken hy, voorheen , van de opregtheid hunner oogmerken gehad hadt; nam, zo dra hy hoorde,dat de uitwisfeling te Munfter gefchied, en de dag tot de afkondiging vastgefteld was, zyn affcheid van de Staaten, op den drie - entwintigften van Bloeimaand; zonder dat hy de gewoone eer, in 't uitgaan en vertrekken, begeerde te ontvangen; hoewel hy 't gefchenk, welk de Staaten gemeenlyk den uitheemfchen Gezanten geeven, aanvaardde. In de byzondere gefprekken, die hy, voor zyn vertrek, voerde, hieldt

hy

C4) Refol. Goner. MttrtU 19 Ahy. 1648. by Wicouefokï Têm. U Prsuv, p. ii(S,

Sluiten