is toegevoegd aan uw favorieten.

Byvoegsels en aanmerkingen voor het elfde deel der Vaderlandsche historie van Jan Wagenaar.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pa BYVOEGSELS em

treflyken Schryver volgt) zes duizend kop» pen gezonden wierden. 'tZou, des niet te min zeerwel; immers naarmyninzien; zyn kunnen' dat zyne Hoogheid, de kans op Hukt, thans' fchoon ziende, eerst eenen aanflag op die Stad' (die hem een gemaklyker weg naar Antwerpen kon baanen) neeft willen waagen. Zeker gaat het dat de Vorst, reeds byna twee jaaren te vooren' den Staatsleden het beleg vanHuIst, met de Forten daar omtrend, hadt voorgeflagen, en dat dit werk, toen reeds, geheel en al, aan hem en de Afgevaardigden te velde was overgelaaten (a). Maar, gelyk hy toen zelve begreep, dat, tot het belegeren van laatstgezegde plaats, de Herfstmaand best geichikt was, en ditjaargetyde, ofwel de Lentemaand, federt, ook by de Gemagtigden te velde daar toe best was geoordeeld, (om dat de ligging vanHulst en de opzwelling der wateren, als dan, bekwaamst was tot het doorneeken der Dyken aldaar (£)), kunnen die Gemagtigden hem, nu ook, in de maand van Mei naamlyk, dit beleg ontraaden en, tot eene onderneeming op Antwerpen bewoogen hebben. Misfchien zelf kan men, langs deezen weg, 't gezegde der Gedenkfchriften zyner Hoogheid, met het fchryven van ifEftrades vereenigen. Waar omtrend ik, egter, voor \ overige, moet aanmerken, dat hoe zeer ik niet twyffcle,of de Prins, wenschte, t'eenigen tyde Antwerpen te bemagtigen, en hoe zeer het mv blykt,datmen, by de Algemeene Staaten, reeds voor eenige jaaren, op zynen voorilag, ook beflooten hadt (c), die Stad werkelyk te belegeren,

het

ia) Secr. Refol. der Staat. Gen. 13 Sept. 1736. (b) l. c. 4 sept. 1639. ü. 470. tO f' 11 Maart 1632.