Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 394 >

en in de aarde gezet word , zal het zelden in leven blyven. Dus kunnen wy uit dit alles met gegrondheid qpmaaken , dat de aarde verfchaft (i) een behoorlyk bed of grond om de planten te ontvangen (2J eene behooriyke evenredigheid van warmte om het leven dat haar toevertrouwd is te onderhouden (3) een geregeld toevoer dier voedlaame lappen die zy van andere deelen ontvangt-

(1) Het famenflel van de aarde waarin de groei plaats heeft, is niet zo hard en ingepakt , of de wortels, en derzelver kleinere vezels, 'er in kun' nen-dringen.,', noch zo los en ftofferig, dat zy door eenen zachten wind van dezelven zouden kunnen afgewaaid worden niet fteevig gelyk de klei ; noch kruimelend gelyk het zand ; maar van een behoorlyk famen.veeffel, en (als wy ons zo mogen uirdrukken) van een gefchikt temperemenr (a) Daar zyn gronden die op zich zelven zo koud zyn, dat het vergeeffche moeite zoude zyn om die te willen verzachten — dezen zyn derhal ven onvrugtbaar. Maar in eenen anderen zin genomen heeft de aarde altoos eene beften dige warmte ; doordien zy de .ftraalen die zy van de zon ontvangt eenigen tyd by zich behoud , en aan haare voprtbrengfelen uitdeelt, naar maate dat de nood vpreischt ,* geregeld ; onophoudlyk ,• en hoewel

mo»

Sluiten