Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denVERTAALER. 29

met den inhoud van zyn Werk over de planten , waarin hy met de allerövertuigendfte proeven aantoont dat alle de planten in de zonnefchyn een heilzaamen invloed op den Dampkring hebben, en eene geheel tegenftrydige uitwerking in de duisternis, en dat hy hierüit gegist had, dat de groene ftoffe, door priestley voor een onbewerktuigd bezinkzel uit het water gehouden, zelve een plant was: zal dan niet elk onzydig Leezer moeten oordeelen, dat de vraag door den Heer ingenhousz volleedig was beantwoord, en dat priestley dezelve niet had kunnen oplosfen ?

Deeze nieuweLeer nu met duidelyke woorden , op het tytelblad zelve van het Werk van den Heer ingenhousz gevonden word nde, is het ten hoogften te verwonderen, dat de Heer priestley in zyn Vde Deel geen het minfte gewag van dezelve maakt, even als of'er geen enkel woord van gevonden wierd in dat ganfche Werk. Men zoude byna moeten denken, dat hy 'er niets zyrier aandagt waardig in gevonden had; dewyl hy, het Werk verfcheide maaien aanhaalende , en van den Aucreur als van zyn vriend fpreekende, het zó doet voorkomen, als had hy 'er geene andere kundig-

Sluiten