Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 22 >

aerftellen. dit zy zo v/el den invloed gevoelden van de dagelykfche beweeging der aarde, als van haare jaarlykfche omwenteling,- ook kunnen de he■ lelfche lighaamën, en mogelyk de nu eerst begonnen, '!erke en kragtige vloeden, deel gehad heb* bé an 1 be egmg der wateren ; want fchoon d^e hoog genoeg zyn geweest om de bewooners rde te trerdëlgen ; zouden egter de bergen aiieen kunnen bedekt zyn geweest op die plaatfen alv ■ de invloed der maane, en andere hemelfche lighaamen, eenen v'oed of ty heeft veroorzaakt, en waar door de wateren met des te meer woede over de oppervlakte der aarde zouden gedreeven worden; het welke my voorkomt de betekenis te zyn van Gen. 8: vers 3. alwaar Mores zegt: "dat de wateren van den zondvloed heenen en weder vloeiden." (Ten tweede,) Men gedenke ook dat de oei gen den voomaamften tegenlhnd aan de woede van dit ontzachlyke iighaam waters gebooden hebbende, zy he: meefte daar door zouden lyden: de wateren gouden, in het tegendeel, onbelemmerd over de laagten en vlakke gronden heenen vlieten; botende de verfchillende zelfitandigheden die zy van andere plaatfen hadden afgefpoeld, op dezelven ned.:r zinken; dit kende op zommige plaatfen zo dun zyn geweest, dat het gewas 'er niet onder beddlyen werd, of door hetzelve weder fchielyk

kon-

Sluiten