is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe aardryksbeschryving voor de Nederlandsche jeugd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U XXII. HOOFDDEEL,'

hunne gehcele leer, onder hit gemeen, zo verbaftert, dat hctzelv» de wandrogtiykfte geftalten, zoo in beelden, als in fcbilderyen, aanbidt; egter dit grondbeginfel fteeds valthoudende , dat er een OpperGod is, die 't mecfte wclbehaagen fchept, in weldadigheid en goede werken. De Tempels ef Pagoden der Indianen zyn meelt zeer gioote, doch flegt ingerigte ge bouwen, waarinde afgoden gepiaatft zyn. Onder hen, cn ook onder dc Mahoractaancn, vindt men een foort van geeftdryvers, die veele leerlingen maaken, in groote agring zyn, vnor uitmuntende heiligen doorgaan , cn Faqui.rs genaamd worden; doch die hunne heiligheid vooral beftaan doei, lnftrengcOnthoudingen, of wohderiyke plaagen, welken *y hun zclyen aandoen; zoo b: v: dat fommigen verfcheide jaaren doorbrengen, zonder eoit te g*an liggen, flegt* leunende, tegeneen gefpam :nkoord;andercn zig, lieden of tien dagenlang, zonderesten, in een hol , opfruiten ; anderen wederom dc handen , naar den hemel, opgehecven houden, ot' zig, In allerlei wonderlyke en

jaoei.